Mrij: bewezen succesvol in kruisen

 

Voor veehouders die een ras zoeken om het eiwit te verhogen, de bespiering te verbeteren en zich ook nog eens bewezen heeft onder Nederlandse omstandigheden, dan is de MRIJ de juiste keuze.

 

Afgelopen jaren zijn een aantal koeien uitgeroepen tot MRIJ koeien van het jaar. Koeien die met 75% MRIJ bloed laten zien hoeveel rendement de MRIJ in kruisingen brengt.

Kruisen met MRIJ
  • Meer eiwit

  • Hogere omzet en aanwas

  • Gemakkelijk te managen

  • Gezond

  • Sterk in vruchtbaarheid

  • Hoger saldo

  • Best beenwerk

  • Harde klauwen

Specialisatie geeft meer risico. Dubbeldoelkoeien zorgen voor risicospreiding en extra inkomsten.

 Da’s hard nodig in een vrije markt.

Is MRIJ een onderschat ras?

April 2016

 

Het oer-Hollands ras van de rivieren is eigenlijk nooit weggeweest. Juist in deze tijd worden de specifieke kwaliteiten van mrij-koeien door een grote groep veehouders bijzonder gewaardeerd.

Onlangs waren er twee drukbezochte mrij-dagen gecombineerd met een bedrijfsbezoek. Frank van der Heijden, voorzitter van de mrij-commissie van CRV, kijkt er tevreden op terug. ‘Mrij heeft weer eens laten zien dat er zeer economisch mee geboerd kan worden.’

 

Topkoe 2015
Bij de familie Nijzink in Wierden zagen de veehouders een voorbeeld van optimaal management en rendement. Van der Heijden: ‘De koeien hebben topexterieur en een mooie productie met hoog eiwit. Van dit bedrijf heeft CRV ook verschillende stieren afgenomen waaronder Tukker die in april als supersampler wordt ingezet.’

Op dit bedrijf werd ook de mrij-koe van het jaar gehuldigd: een puntgave Matthijsdochter, 6e kalfs met 3,94 eiwit en lijsten van rond de 10.000 liter. ‘De koe is gelukkig nog nooit bekapt’, aldus Gerben Nijzink, wat uiteraard alleen kan als de klauwgezondheid super is.

Annie 93, v:Matthijs, AV90

 

Zorgeloos boeren
De familie Geenen in Wanroij heeft een andere insteek, vertelt Frank van der Heijden. ‘Veel koeien melken met zo min mogelijk arbeid. De 175 mrij’s worden gemolken door drie robots, in een vrij nieuwe stal. Er is weinig verzorging, wat niet wil zeggen dat de koeien er niet goed uitzien, integendeel zelfs. Ze zijn goed in conditie en kreupele koeien zie je niet of nauwelijks. En kijk eens naar de productie: een rollend jaargemiddelde van 8.015 kg, 4,37 vet en 3,78 eiwit.’

 

Melk en een rug met vlees
Met mrij zijn mooie resultaten te behalen. Tonnie Vissers, specialist veestapelmanagement van CRV, beaamt dat. ‘Mrij is een zeer zelfredzaam ras, dus aan de kostenkant bespaar je het nodige en met extra omzet en aanwas win je juist. Voor holsteinveehouders die willen inkruisen is mrij met z’n hoog eiwit en hele gezonde klauwen een heel aantrekkelijke optie.’

Is mrij voor iedere veehouder interessant? Tonnie: ‘De meeste mrij-veehouders die ik ken, zijn heel vastberaden over hun ras en gaan er ook echt voor. Een bedrijf met louter mrij-koeien, daar kies je als veehouder voor, maar om mee te kruisen is mrij een subliem ras. Vooral de klauwgezondheid en vruchtbaarheid zullen holsteinveehouders aanspreken. De afgelopen tien jaar is het aantal mrij-inseminaties gestegen door de toenemende belangstelling voor kruisen. Een terechte herwaardering van dit dubbeldoelras.’

 

Bron: CRV

 

Kruisen met mrij: melk en een rug met vlees

Harry Lekkerker is er wel uit. Hij gaat voor een combinatie van de melkrijkheid, maat en goede uiers van holstein met de eiwitaanleg, bespiering en vruchtbaarheid van mrij. De ideale kruising. ‘Waarom een buitenlands ras kiezen als er in eigen land ook een prima ras is om mee te kruisen?’, zo vroeg hij zich af. ‘Mrij is als kruisingsras nog veel te weinig in beeld’, vindt de melkveehouder. ‘Buitenlandse stieren worden fanatiek gepromoot. Maar ik vind het een groot voordeel om te kunnen werken met een ras dat onder Nederlandse omstandigheden is gefokt, waarvan de Nederlandse fokwaarden bekend zijn en dat gewoon deel uitmaakt van het pakket van CRV.’

In de zomer lopen de dieren dag en nacht in de wei en krijgen ze op stal alleen wat mais en krachtvoer. In de winter voert een loonwerker de dieren een mengsel van tachtig procent gras en twintig procent maiskuil. Daarbij moeten de koeien zichzelf kunnen redden. Voor individuele aandacht heeft Lekkerkerker geen tijd.
Samen met zijn vrouw Gerda beheert hij een veelzijdig en arbeidsintensief bedrijf dat drie hoofdtakken kent. Naast de melkveehouderij zijn dat de kaasmakerij, waarin alle melk zelf tot kaas wordt verwerkt, en de vleesvarkenshouderij die in 2014 werd uitgebreid naar 4.000 plaatsen.

De hoogproductieve holsteins konden met de sobere bedrijfsvoering en lage krachtvoergift niet zo goed uit de voeten. Ze verloren in de piek van de lactatie te veel conditie wat leidde tot pootproblemen en matige vruchtbaarheid. In de kruising tussen holstein en mrij ziet Lekkerkerker zijn ideale mix. Holstein brengt melkaanleg, maat en uiervorm; mrij brengt bespiering, eiwitpercentage en vruchtbaarheid.

De laatste jaren houdt de veehouder, die zelf zijn dieren insemineert, het dan ook simpel. In het vat zitten rietjes van niet meer dan drie rassen: holstein, mrij en Belgisch witblauw. De holsteins selecteert hij op eiwitpercentage en gebruikseigenschappen. ‘Naar liters en exterieur hoef ik niet te kijken. Dat zit bij de holsteins altijd wel goed’, is zijn ervaring. Bij de mrij’s krijgen melk- en uiervererving en maat de meeste aandacht. In de meeste gevallen worden de beide rassen om en om gebruikt, tenzij een dier te veel neigt naar holstein of mrij. Dan wordt een keer extra gecorrigeerd. Ongeveer de helft van de veestapel krijg een Belgisch witblauwe stier.

Eiwit en restwaarde
De mrij-kruislingen passen de no-nonsense boer goed. ‘Ze hebben een rustig karakter, zijn goede weiders en kalven dankzij een hellend kruis gemakkelijk af.’ Sinds mrij zijn intrede deed op het bedrijf, is het eiwitpercentage met sprongen omhoog gegaan. In de kaasmakerij is dat een groot voordeel, want zo kan meer kaas uit een liter melk worden gehaald.

Lekkerkerker schrijft het hogere gehalte naast de genetisch aanleg van de kruislingen, vooral toe aan een veel minder negatieve energiebalans in het begin van de lactatie. ‘Daardoor zakt het eiwitpercentage niet onderuit. Doordat de dieren de conditie op peil houden, is de vruchtbaarheid ook beter en ontstaan minder gezondheidsproblemen’, is zijn ervaring.

Een nadeel heeft de neiging tot zelfbescherming van de kruislingen ook. Als de tussenkalftijd te ver oploopt, hebben de koeien de neiging zichzelf droog te zetten. Lekkerkerker begint dan ook al op 30 dagen na afkalven met insemineren en dieren die niet op tijd drachtig zijn, worden zonder pardon gust gehouden en zelf afgemest. Zo houdt hij de tussenkalftijd op 390 dagen. Een groot deel van het vervangingspercentage, dat rond 20% ligt, is toe te schrijven aan selectie op vruchtbaarheid.

‘Een groot probleem vind ik het niet. De dieren hebben altijd een hoge restwaarde. Ze wegen bij het afleveren altijd meer dan 300 kilo geslacht en classificeren meestal O+.’